Blame de rente?
Pensioenfondsen in blessuretijd
6 januari 2012 15:13 | Auteur: Kunieke Luth
Wat iedereen eigenlijk wel wist, wordt onafwendbaar. En na de uitspraken van Klaas Knot, president van De Nederlandse Bank, in een extra uitzending van Nieuwsuur, kan niemand het nog ontkennen. Pensioenfondsen verlagen massaal de huidige en toekomstige uitkeringen. En bestuurders beginnen hem te knijpen. Terecht.
Het zijn zo´n 125 pensioenfondsen die onvoldoende geld in kas hebben om pensioengerechtigden en werknemers te kunnen geven wat aan hen beloofd is. Een waardevast pensioen. Ze hebben -licht versimpeld- gewoon te weinig geld in kas om in de toekomst ook de pensioenen te kunnen betalen. Nu niet afstempelen, het korten van de uitkeringen én van de rechten die premiebetalende werknemers worden toegekend, betekent per saldo dat het de pensioenen op de pof worden doorbetaald. Dat gebeurt al een tijdje en nog langer op de zak van de huidige werkenden teren is onverantwoord. Vindt in ieder geval de toezichthoudende DNB die de fondsen nu gaat dwingen inkomsten en uitgaven weer in balans te brengen.
Blessuretijd
Pensioenfondsen spelen in blessuretijd. Onder normale omstandigheden hebben zij –als de dekkingsgraad te laag is- drie jaar de tijd om een ‘herstelplan’ uit te voeren. Dat lukte het merendeel van de fondsen niet. Zelfs na twee jaar verlenging -wegens uitzonderlijke omstandigheden- is het ze niet gelukt om toekomstige uitkeringen (de verplichtingen) en de inkomsten (premie en beleggingsrendement) in evenwicht te brengen. Dus forceert DNB na verlenging en diep in de blessuretijd actie. Fondsen moeten de tering naar de nering zetten.
Pijn, voor nu en vooral voor later
Het zal voor zo’n 40 procent van de mensen een hard gelag worden. De gepensioneerden die hun pensioen ontvangen van de fondsen in nood, merken het per april 2013 direct in hun inkomen. Hun uitkeringen gaan vanaf dan omlaag met maximaal 7 procent. Werkenden die nu nog premie betalen zien hun aanspraken gekort. Dat doet niet direct pijn –niemand kan bij zijn eigen gespaarde vermogen- maar wel als die magische pensioenleeftijd wordt bereikt. Toekomstige uitkeringen worden de facto met een groter percentage gekort. Groter omdat de vermogensaanwas voor een fors deel bestaat uit rente, op rente, op rente. Een groot deel van de pijn wordt op die manier -zo onzichtbaar mogelijk- naar de toekomst geschoven. Dit zelfde mechanisme doet zijn werk bij het nalaten van de indexatie. Het niet ophogen van de toekomstige rechten met hetzelfde percentage als de inflatie, werkt jaren door in de opbouw. Pensioenfondsbestuurders doen hun best dit feit zo veel mogelijk uit de berichtgeving te weren. Vooral door het te negeren. Liever positioneren ze zichzelf als de voorvechters van de huidige gepensioneerden die geen kans meer hebben hun inkomen aan te vullen.
Ziedende senioren
Pensioenfondsen voeren een stevige lobby in de media en naar de politiek om onder het afstempelen uit te komen. De huidige bestuurders willen voorkomen dat pensioengerechtigden er in inkomen op achteruit gaan. Daarmee komen zij namelijk in het brandpunt van de volkswoede te staan en wordt opeens duidelijk dat de belofte van een waardevast pensioen illusoir was. Ja, er werd gewezen op het pensioenrisico, maar die waarschuwing was goed verstopt in de kleine, slecht leesbare lettertjes. Het korten van de lopende uitkering is het bewijs –in ieder geval in de ogen van het publiek- dat de fondsbestuurders incapabel zijn, of erger nog, net zulke leugenaars als bij de commerciële verzekeraars. Er is hen begrijpelijkerwijze veel aan gelegen om deze confrontatie met de achterban te vermijden of in ieder geval uit te stellen. Eén optie die daarom op tafel zou liggen is om alleen de toekomstige uitkeringen te korten. Vooral bestuurders uit de vakbeweging voelen hier voor. Ze noemen dit solidariteit. Het argument is dat jongeren de tijd hebben om te ‘repareren’ en dat kunnen doen, mocht het in de toekomst opeens weer crescendo gaan. Maar liever dan de rekening op te laten lopen én door te schuiven naar de toekomst, proberen ze helemaal onder herstructurering uit te komen. Er is immers een –theoretische- kans dat alles nog goed komt.
Blame de rente
Dus wordt er door hen vooral gewezen op de lage rente. Die is de maat voor het rendement op de pensioenmiljarden waar ze mee mogen rekenen. Hoe hoger de rente, hoe sneller het vermogen groeit en hoe meer er uit de groei kan worden uitgekeerd. De rente, zo is het argument, is een dagkoers en dus ongeschikt voor berekenen van de omvang van het benodigde kapitaal. Wat de fondsbestuurders vergeten te zeggen is dat zij zelf – toen de rekenrente onder de marktrente lag en dus in hun nadeel werkte- hemel en aarde (dwz. politiek en DNB) bewogen om naar deze rekenmethode over te stappen. Wat de fondsen willen is in de blessuretijd de spelregels veranderen, omdat ze degradatie op geen enkele andere manier kunnen vermijden. Het is een gênante vertoning. Vooral omdat de rentestand conjunctureel is en het grote probleem, dat we steeds langer leven, versneld ouder worden en daarom veel langer dan vooraf gedacht pensioen ontvangen, structureel. Rekenen met een hogere rente helpt niet om te verhullen dat er veel meer moet worden uitgekeerd dan toen decennia geleden de eerste berekeningen werden gemaakt. En waar de betaalde premie van de huidige gepensioneerden op gebaseerd is.
Luisterend oor
Enig succes mag de lobby van de pensioenfondsen claimen. In de politieke arena loopt de SP voorop om de uitkeringen aan de huidige pensionado’s te beschermen. Ook de PVV omarmt Henk en Ingrid, mits die nu al 65+ zijn. Zelfs DNB is welwillend. Na het verlengen van de wettelijke herstelperiode waarin fondsen de kans kregen weer in het reine te komen, is er een kleine aanpassing aan de dagkoersen geweest. De fondsen mogen rekenen met een gemiddelde rente over de laatste drie maanden. Hierdoor stijgt de gemiddelde dekkingsgraad vier punten (of bijna 5 procent). Van de 180 fondsen die reglementair moesten afstempelen, werden er door deze ingreep 55 ‘gered’. DNB begeeft zich op glad ijs, maar desondanks levert het 125 fondsen niet de voldoende boekhoudkundige verlichting. Mogelijk net wel voor de twee grootste PFZW (zorg en welzijn) en ABP (ambtenaren). Verder maximeert DNB de korting op 7% terwijl er voor de grootste noodfondsen kortingen tot 13% aan de orde zouden moeten zijn. De toezichthouder probeert de pensioenfondsen een zachte landing te helpen. Als de bestuurders in de sector slim zijn, grijpen ze die kans met beiden handen aan.
Storm aan de horizon
Want stel dat DNB nog ruimte geeft om de pensioenfondsen na vijf jaar nog langer te laten doormodderen en die pijnlijke herstructurering voorlopig niet door te voeren. Dan nog is het zware weer voor de de sector verre van voorbij. Gelet op de huidige lage rente, de in december gedaalde inflatie en de enorme behoefte aan geld in het financiële systeem is de kans dat de rente de komende jaren serieus stijgt klein. Erg klein, alle analisten voorzien een daling van de inflatie. En daarmee verdwijnt ook de laatste prikkel voor de ECB om de rente te verhogen. De rente blijft laag en daarmee worden de tekorten op termijn nog groter dan ze al zijn.
Dus is het niet dit jaar, dan moet de beslissing om te korten volgend jaar worden genomen. Wanneer de fondsen collectief aan het afstempelen slaan, wordt de volgende vraag actueel voor iedere werkende Nederlander. Waarom meer dan 20% van het loon afstaan aan een fonds dat er – mede gelet op het trackrecord- niet in kan en zal slagen om mij te voorzien van een goed pensioen? De wurgende verplichting –de levensader van de pensioenfondsen- komt ter discussie. En dat zal de definitieve bijl aan de wortels van de fondsen zijn. Als zij niet langer kunnen uitleggen waarom zij zo’n groot loonbeslag waard zijn, kunnen ze ook niet uitleggen waarom dat verplicht is.
Op dat moment is er een confrontatie met de achterban die pas echt pijnlijk is. Voor iedereen. Door de confrontatie met de realiteit en een deel van de achterban uit de weg te gaan, scheppen ze zelf de ruimte voor een veel groter en potentieel veel vernietigender conflict. Een strijd tussen de generatieswordt dan onvermijdelijk. Geen enkele bestuurder, noch van DNB, noch van enig fonds moet dat willen. En toch, na mij de zondvloed. Het lijkt de heersende gedachte. Beter is het om nu door de zure appel heen te bijten. Hoe pijnlijk ook voor alle betrokkenen.








Plaats reactie